Niet getrouwd, maar toch laag tarief successierecht

Jan en Renate wonen enkele maanden samen en zijn van plan te trouwen. De huwelijksvoorbereidingen zijn al in een vergevorderd stadium als Jan overlijdt ten gevolge van een noodlottig ongeval. Renate is erfgenaam. De erfenis zou belast zijn in tariefgroep III waarbij, afhankelijk van de hoogte van de verkrijging, een tarief van 41 tot 68 procent geldt. Dit vond de Staatssecretaris van Financiën onredelijk. Hij keurt goed dat hier toch tariefgroep I (5 tot 27 procent) van toepassing is.

Tariefgroep I is van toepassing bij een verkrijging uit erfenis door ondermeer de echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner en kinderen. Samenwonenden komen ook in aanmerking voor tariefgroep I, maar hier gelden wel voorwaarden. Eén van de voorwaarden is dat op het moment van overlijden er in ieder geval sprake moet zijn van een gemeenschappelijke huishouding gedurende een aaneengesloten periode van minimaal vijf jaar. Is er sprake van een notarieel samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting dan is de periode minimaal zes maanden.

Concrete trouwplannen

Voldoen samenwonenden nog niet aan de voorwaarden dan is tariefgroep I toch van toepassing als de huwelijkse voorbereidingen op het moment van overlijden in een vergevorderd stadium zijn. Voorbeeld van concrete trouwplannen en zichtbare voorbereidingen is een afspraak met de ambtenaar van de burgerlijke stand over de ondertrouwdatum. Daarnaast is de periode tussen het overlijden en het moment van huwelijksvoltrekking minder dan zes maanden. De tegemoetkoming van tariefgroep I wordt niet verleend als de huwelijksvoorbereidingen zijn getroffen in het zicht van het overlijden omwille van het successierecht.

Ex-partner

Een ex-partner is de persoon met wie de overledene op het moment van overlijden geen gemeenschappelijke huishouding meer voert. In het volgende geval is tariefgroep I toch van toepassing op de ontvangen erfenis:

  1. Bij beëindiging van de gemeenschappelijke huishouding hebben ex-partners met elkaar afgesproken dat het vermogen dat zij gezamenlijk hadden voordat de relatie werd verbroken, bij overlijden van één van hen toekomt aan de ander.
  2. Tot het tijdstip van de beëindiging van de gemeenschappelijke huishouding hebben de ex-partners wel voldaan aan de voorwaarden voor samenwonenden zoals die in de successiewet zijn neergelegd.

Tariefgroep

Tariefgroep I in de successiewet wordt bij een verkrijging door samenwonenden alleen toegepast als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Eén voorwaarde, het voeren van een gemeenschappelijke huishouding, is in dit artikel naar voren gekomen. Informeer bij uw adviseur welke andere voorwaarden er in de wet worden gesteld.

Vrijstelling

De tegemoetkoming van de Staatssecretaris is alleen van toepassing op het tarief en niet voor de vrijgestelde bedragen. Voor de hoogte van deze vrijstelling wordt aangesloten bij de familierechtelijke betrekking op het moment van overlijden. Voor samenwonenden die aan alle voorwaarden voldoen geldt bijvoorbeeld dat bij overlijden van één van hen de erfenis is vrijgesteld tot een bedrag van € 515.928. Bij twee jaar samenwonen geldt een vrijstelling van € 103.181, bij drie jaar € 154.776 en bij vier jaar € 206.369.