Nieuwe schenk- en erfbelasting

Belangrijkste wijzigingen vanaf 2010

Het successierecht is de meest onbegrepen belasting. Het kabinet wil deze belasting in stand houden, ondanks dat de schenker of erflater al volop belasting heeft betaald over datzelfde vermogen. De schatkist kan de opbrengst van een kleine twee miljard euro per jaar namelijk niet missen. Tot afschaffing van het schenkings- en successierecht zal het dan ook niet snel komen. Wel wordt de wet voor het eerst in 54 jaar ingrijpend gewijzigd en gemoderniseerd.

De nieuwe wet wordt gekenmerkt door een verlaging van tarieven en verhoging van vrijstellingen. Daarnaast worden de bedrijfsoverdrachten zowel bij leven als bij overlijden goedkoper. Het wisselgeld daarvoor moet vooral komen uit constructiebestrijding. Door bijvoorbeeld de aanpak van buitenlandse truststructuren en testamenten gericht op het uithollen van het vermogen wordt het bereik van de Nederlandse schenk- en erfbelasting vergroot.

Op 3 november jongstleden zijn de wetswijzigingen (inclusief verschillende amendementen) door de Tweede Kamer aangenomen. Op 22 december 2009 zal de Eerste Kamer zich nog over de nieuwe wet moeten buigen, maar de verwachting van menig expert is dat de wetswijziging (integraal) wordt goedgekeurd. Gezien de ingangsdatum per 1 januari 2010 menen wij er goed aan te doen u in dit stadium te informeren omtrent de wijzigingen; deze nieuwsbrief maakt u wegwijs in de gevolgen en acties die u mogelijk moet ondernemen c.q. op tijd moet vastleggen.

Mocht u naar aanleiding van deze nieuwsbrief vragen hebben dan spreekt het voor zich dat uw RSM Kooij + Partners-adviseur “een en ander” nader kan toelichten.

In deze nieuwsbrief vindt u informatie over:

  1. Schenken en erven privévermogen;
  2. Schenken en erven ondernemingsvermogen;
  3. Maatregelen om constructies te bestrijden.

Schenken en erven privévermogen

De tarieven voor het schenken en erven van privévermogen worden een stuk eenvoudiger: van vier naar drie tariefgroepen en van zeven naar twee tariefschijven per groep. Kinderen van samenwonende partners en stiefkinderen worden als kinderen behandeld. Dit geldt ook voor de vrijstellingen. De tariefgroepindeling ziet er als volgt uit:

Tarieven schenk- en erfbelasting 2010

Hoogte verkrijging Partners \ kinderen Kleinkinderen Overigen
Tot € 118.000 10% 18% 30%

Ter vergelijking:

Tarieven oude Successiewet

Hoogte verkrijging Partners \ kinderen Kleinkinderen (Groot)ouders Overigen
Tot € 118.000 5 – 15% 8 – 24% 26 – 39% 41 – 54%
€ 118.000 en hoger 15 – 27% 24 – 43,2% 39 – 53% 54 – 68%

In het oog springt de forse verlaging van het hoogste tarief voor overige verkrijgers (niet-verwanten). Dit tarief gaat terug van 68% naar 40%. De toptarieven voor partners, kinderen en kleinkinderen zakken met ongeveer 7%. Het gemiddeld tarief voor kleinkinderen stijgt echter.

Vrijstellingen erfbelasting
De vrijstelling voor de erfbelasting voor verkrijgingen tussen partners wordt verhoogd van € 532.570 naar € 600.000. Voor kinderen en kleinkinderen van de overledene geldt een vrijstelling van € 19.000.

Voor zieke of gehandicapte kinderen die grotendeels op kosten van de overledene werden onderhouden, geldt een specifieke vrijstelling van erfbelasting van € 57.000. Ouders krijgen een vrijstelling van erfbelasting van € 45.000 wanneer hun kind overlijdt.

Tip: neem in uw testament een legaat op voor kleinkinderen

Doordat kleinkinderen een vrijstelling voor de erfbelasting krijgen van € 19.000, kan het voordelig zijn om in uw testament te bepalen dat u een bedrag nalaat aan uw eventuele kleinkinderen. U kunt daarbij bepalen dat uw kleinkinderen niet zelf over het vermogen kunnen beschikken, of dat zij dit vermogen pas krijgen als uw kind is overleden.

Vrijstellingen schenkbelasting
Alle vrijstellingen worden zogenaamde ‘voetvrijstellingen’. Dit betekent dat steeds het meerdere dan de vrijstelling wordt belast. In het huidige systeem bestaan er ook ‘drempelvrijstellingen’. Deze vervallen als meer dan de vrijstelling wordt geschonken of geërfd. Een verbetering dus.

Kinderen
Schenkingen aan kinderen worden vrijgesteld tot een bedrag van € 5.000 op jaarbasis. Deze vrijstelling kan voor kinderen tussen de 18 en 35 jaar eenmalig worden verhoogd naar € 24.000. Voor schenkingen die worden aangewend voor de verwerving van een eigen woning of betaling van kosten van een studie of opleiding voor een beroep van het kind, wordt de eenmalige vrijstelling van € 24.000 verhoogd tot € 50.000. Als voorwaarde geldt dat de bestemming in een notariële akte wordt vastgelegd. Dit betekent dat bij de levering van de woning in de akte van levering moet worden opgenomen dat het geschonken bedrag moet worden gebruikt voor het betalen van (een gedeelte van) de koopsom.

Verhoogde eenmalige vrijstelling gemist: kans op aanvulling

Voor kinderen die vóór 1 januari 2010 een schenking hebben ontvangen waarbij zij een beroep hebben gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling, zoals die tot 1 januari 2010 gold, en dus geen gebruik meer kunnen maken van de met ingang van 1 januari 2010 in de wet opgenomen hogere vrijstelling van € 50.000, is een tijdelijke regeling opgenomen. Deze kinderen kunnen tot het bereiken van de 35-jarige leeftijd in aanmerking komen voor een aanvullende eenmalige vrijstelling van
€ 26.000. De schenking moet dan wel gebruikt worden voor de aankoop van een eigen woning. Bij de aangifte moet een beroep worden gedaan op de vrijstelling.

Overige verkrijgers
Voor schenkingen aan overige verkrijgers geldt een vrijstelling van € 2.000.

Vrijstellingen vanaf 1 januari 2010

Erfbelasting

Echtgenoten / partners € 600.000
Kinderen / kleinkinderen € 19.000
Gehandicapte kinderen € 57.000
Ouders € 45.000
Overigen € 2.000
Goede doelen / sportverenigingen e.d. vrijgesteld

Schenkbelasting

Kinderen € 5.000
Kinderen 18 – 35 jaar (eenmalig) € 24.000 of € 50.000
Overigen € 2.000
Goede doelen / sportverenigingen etc. vrijgesteld

Profiterende groep
Gemiddeld genomen daalt de heffing over de gehele linie iets en wordt de groep die in de heffing van erfbelasting wordt betrokken kleiner. Vooral partners en kinderen die een groot vermogen erven profiteren van de tariefaanpassing.

Voorbeeld

Indien een kind € 2.000.000 erft van een ouder betaalt hij onder de huidige wet € 476.510 en onder de nieuwe wet € 384.400.

Niet-verwanten en verre familieleden gaan erop vooruit. Verkrijgingen door deze groep zullen aanzienlijk minder zwaar worden belast als gevolg van de verlaging van het maximale tarief van 68% naar 40%.

Voorbeeld

Indien Jaap van zijn goede vriend Joris een bedrag van € 500.000 erft, is daarover volgens de huidige regels € 284.505 successierecht verschuldigd. In 2010 zal de erfbelasting € 187.400 bedragen.

Nadelige groep
Relatief kleine schenkingen aan kinderen worden duurder. De laagste tariefschijf voor een schenking aan kinderen bedraagt in 2010 10%. Onder de oude wet kan nog een stukje vermogen worden geschonken aan kinderen tegen 5% tot 8%. Deze lagere tarieven gelden bij schenkingen tot circa € 50.075, rekening houdend met de vrijstelling voor kinderen van € 4.556 in 2009.

Voorbeeld

Wim ontvangt jaarlijks een schenking van zijn ouders van € 10.000. In 2009 is hij € 272 schenkingsrecht verschuldigd. In 2010 bedraagt de schenkbelasting € 500.

Ook schenkingen aan kleinkinderen worden duurder. Overigens wordt het hogere tarief voor kleinkinderen voor verervingen (deels) gecompenseerd door een hogere vrijstelling.

Voorbeeld

Indien Jaap aan zijn kleinkind Tim een bedrag schenkt van € 15.000, bedraagt de verschuldigde belasting nu € 1.200. Vanaf 2010 betaalt Tim € 2.340. De verschuldigde belasting wordt dus bijna verdubbeld.

Tip: Bedragen tot € 50.075 kunt u, indien mogelijk, beter in 2009 schenken dan in 2010.

Strengere voorwaarden voor kwalificatie ‘partner’
Geldt in uw situatie wel of niet de kwalificatie ‘partner’? Dat is belangrijk om te weten vanwege hogere vrijstellingen en lagere tarieven. Vanaf 1 januari 2010 wordt de definitie aangescherpt. Echtgenoten en geregistreerde partners worden zonder meer als partner voor de Successiewet aangemerkt. Indien u ongehuwd samenwoont, dient u aan een aantal voorwaarden te voldoen. Zo moeten samenwoners meerderjarig zijn en op hetzelfde adres staan ingeschreven en geldt er een minimum samenwoonperiode. Pas dan kan geprofiteerd worden van lagere tarieven en hogere vrijstellingen: twee jaar voor schenkingen en zes maanden voor verervingen.

Korter dan vijf jaar ongehuwd samenwonend
Indien u korter dan vijf jaar ongehuwd samenwoont, geldt dat u een wederzijdse zorgplicht moet vastleggen in een notarieel samenlevingscontract. U heeft hiervoor tot 1 januari 2012 de tijd. Indien u langer dan vijf jaar samenwoont én gedurende deze periode op hetzelfde adres staat ingeschreven, is een notarieel samenlevingscontract niet nodig om te kwalificeren als partner.

Ouders en (klein)kinderen geen partners
(Groot)ouders en (klein)kinderen die samenwonen kunnen niet als partners kwalificeren, tenzij één van beiden een uitkering heeft genoten in verband met verleende mantelzorg aan de ander in het jaar voorafgaand aan het overlijden.

Kwalificatie ‘partners’ vanaf 2010

De volgende groepen komen vanaf 2010 in aanmerking voor de gunstige tarieven en vrijstellingen voor partners:

  • Echtgenoten
  • Geregistreerde partners
  • Ongehuwd samenwonenden die:

  • beiden meerderjarig zijn;
  • staan ingeschreven op hetzelfde adres;
  • niet als (groot)ouder en (klein)kind onder één dak wonen (tenzij in het kader van aan de ander verleende mantelzorg in het jaar voorafgaand aan het overlijden een uitkering is genoten);
  • een notarieel samenlevingscontract hebben, met daarin een wederzijdse zorgplicht. (tenzij zij langer dan vijf jaar op hetzelfde adres staan ingeschreven).

Voor schenkingen geldt dat zij minimaal twee jaar aan de bovenstaande voorwaarden moeten voldoen. Bij vererving geldt een periode van minimaal zes maanden.

Recht van overgang afgeschaft
Het recht van overgang wordt geheven als iemand een schenking of erfenis krijgt van een persoon die niet in Nederland woont ten tijde van de schenking of het overlijden. Er is in dat geval alleen belasting verschuldigd over bepaalde vermogensbestanddelen die zich in Nederland bevinden, zoals onroerende zaken, ondernemingsvermogen en winstrechten. Vanuit Europeesrechtelijke optiek is de regeling voor het recht van overgang aan discussie onderhevig en is aanpassing vereist. Omdat de opbrengst voor de schatkist relatief gering is en aanpassing van deze wet ingewikkeld is, wordt de regeling per 1 januari 2010 in zijn geheel afgeschaft.

Tip: schenken van in Nederland gelegen onroerend goed

Heeft u Nederland langer dan tien jaar geleden verlaten en wilt u in Nederland gelegen onroerend goed schenken? Vanaf 1 januari 2010 is dit gunstiger. U kunt dan in Nederland gelegen onroerend goed schenken zonder heffing van Nederlands schenkbelasting of recht van overgang. In Nederland is dan alleen nog 6% overdrachtsbelasting verschuldigd.
 
h3. Schenken en erven ondernemingsvermogen

De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet is in het leven geroepen om de continuïteit van de onderneming niet in gevaar te brengen, omdat u anders over geërfd of geschonken ondernemingsvermogen successie- of schenkingsrecht zou moeten betalen. Dit was in de oude Successiewet ook al zo. Onder voorwaarden kon 75% van het verkregen ondernemingsvermogen onbelast blijven. Voor de belasting die verschuldigd is over de resterende 25% kon u gedurende tien jaar rentedragend uitstel van betaling krijgen. In de nieuwe wet is een aanzienlijke verruiming opgenomen voor deze bedrijfsopvolgingsregeling, maar ook een aantal beperkingen. In de inkomstenbelasting wordt een ongelijkheid bij schenking van aandelen opgeheven.

Bedrijfsopvolgingsregeling vanaf 2010

Verruiming vrijstelling
In de nieuwe schenk- en erfbelasting wordt het vrijstellingspercentage verhoogd van 75% naar (maximaal) 100%. Op basis van de bedrijfsopvolgingsregeling wordt de waarde van het ondernemingsvermogen voor de verkrijger in twee porties verdeeld:

  • Waarde van de objectieve onderneming tot maximaal 1 miljoen euro: 100% voorwaardelijke vrijstelling.
  • Waarde meer dan 1 miljoen euro: 83% voorwaardelijke vrijstelling over het meerdere.

Uitstel van betaling
Over het resterende bedrag blijft de mogelijkheid van uitstel tot betaling van belasting. Dit betekent een aanzienlijke versoepeling. Verder kunt u de bedrijfsopvolgingsfaciliteit voortaan toepassen op bijvoorbeeld onroerend goed dat door de directeur-grootaandeelhouder wordt verhuurd aan zijn BV.

Versoepeling overige voorwaarden
Het wordt ook eenvoudiger om een beroep te doen op de vrijstelling. Voorheen moest de schenker ten tijde van de schenking 55 jaar of ouder te zijn of voor meer dan 45% arbeidsongeschikt. Deze eisen vervallen met ingang van 2010.

Beperkingen
De bedrijfsopvolgingsregeling wordt beperkt als het gaat om overdracht van beleggingsvermogen en preferente aandelen. Bovendien worden de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen aangescherpt.

Beleggingsvermogen
In de oude wet kon onder de werking van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (dus fiscaal voordelig) voor een substantieel deel tevens beleggingsvermogen worden overgedragen aan een bedrijfsopvolger. Voor zover de beleggingen in een BV die wordt overgedragen niet meer bedragen dan 15% van de waarde van de aandelen in de BV, gold namelijk ook voor dit beleggingsvermogen de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Om te stimuleren dat enkel reële bedrijfsoverdrachten onder de faciliteit vallen, mag vanaf 1 januari 2010 alleen beleggingsvermogen tot maximaal 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen onder de vrijstelling vallen.

Preferente aandelen
Ook ten aanzien van de verkrijging van preferente aandelen wordt de regeling beperkt. Preferente aandelen kunnen alleen nog onder de vrijstelling vallen indien zij zijn ontstaan in het kader van een gefaseerde bedrijfsoverdracht.

Overige voorwaarden
Verder geldt de beperkende voorwaarde dat voorafgaand aan de overdracht de schenker vijf jaar en de erflater één jaar eigenaar moet zijn van de onderneming of de aandelen. Beleggingsvermogen dat binnen die periode voorafgaand aan de overdracht van de aandelen in de BV is gestort, wordt niet vrijgesteld.

Opheffing ongelijkheid inkomstenbelasting

Voor de inkomstenbelasting wordt een belangrijke belemmering en ongelijkheid bij schenking van aandelen opgeheven. Onder de oude wet was het zo dat als u aandelen in uw BV schonk aan bijvoorbeeld uw kinderen, u 25% inkomstenbelasting was verschuldigd over de waarde van de onderneming verminderd met de verkrijgingsprijs. Omdat u in geval van schenking geen contanten ontving, maar wel inkomstenbelasting was verschuldigd, zou dat een drempel zijn om aandelen te schenken.

Belastingclaim doorgeschoven
De staatssecretaris vindt het vanuit economisch oogpunt niet wenselijk dat bedrijfsopvolging in bovenstaande situaties wordt uitgesteld. Om die reden is een faciliteit in de wet opgenomen die inhoudt dat de verschuldigde inkomstenbelasting niet hoeft te worden afgerekend, maar dat de claim mag worden doorgeschoven naar de verkrijger van de aandelen. Een eis hierbij is dat in de vennootschap waarin de aandelen worden verkregen of in de werkmaatschappijen een actieve onderneming wordt gedreven. Daarnaast geldt de eis dat de verkrijger in de drie jaren voorafgaand aan de schenking werknemer was van de vennootschap of werkmaatschappij.

Voor vererving van aandelen bij overlijden bestond al een dergelijke regeling. Hierbij werd echter niet de eis gesteld dat in de vennootschap of in de werkmaatschappij een actieve onderneming wordt gedreven. Vanaf 1 januari 2010 wordt dit wel geëist. Hierdoor zal bij vererving van aandelen in een vennootschap waarin geen ondernemingsactiviteiten meer zitten, bijvoorbeeld omdat de onderneming onlangs is verkocht, het niet meer mogelijk zijn om een beroep te doen op de doorschuiffaciliteit.

Aandelen in de werkmaatschappij schenken
Indien u niet de aandelen in uw holding-BV, maar de aandelen in de werkmaatschappij wilt schenken, is het volgens de nieuwe wetgeving niet mogelijk om gebruik te maken van de doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting. RSM Kooij + Partners kan u echter wel adviseren over mogelijkheden c.q. alternatieven om te voorkomen dat u direct moet afrekenen voor de inkomstenbelasting.

Tip: bekijk mogelijkheden bedrijfsopvolging in 2010 opnieuw

De bedrijfsopvolgingsregeling wordt vanaf 2010 voor overdrachten van ‘echte’ ondernemingen aanzienlijk verruimd. Door de verhoging van de vrijstelling en het laten vervallen van belemmerende voorwaarden bij schenking van de onderneming, is het zeker de moeite waard om de mogelijkheden van bedrijfsopvolging (nog) eens te bekijken. De huidige mogelijkheden om beleggingsvermogen onder de faciliteit te scharen worden beperkt.

Voorbeeld

Jan heeft alle aandelen in een vennootschap waarin een bakkerij is ondergebracht. De waarde van de bakkerij bedraagt € 1.000.000. Jan gaat met pensioen en schenkt de aandelen aan de beoogde bedrijfsopvolger, zoon Marco.

Schenking in 2009
Bij schenking van de aandelen onder de huidige wetgeving is € 750.000 onbelast. Over het resterende bedrag van € 250.000 is € 34.116 schenkingsrecht verschuldigd. Op verzoek geldt voor dit bedrag (rentedragend) uitstel van betaling gedurende 10 jaar.

Schenking vanaf 2010
Vanaf 2010 zal het voor Jan veel voordeliger zijn om de aandelen te schenken. Er is namelijk in dit geval geen schenkingsrecht verschuldigd.

Maatregelen om constructies te bestrijden

De lagere tarieven en hogere vrijstellingen leiden tot minder inkomsten voor de schatkist. Deze lagere inkomsten wil het kabinet compenseren met een aantal maatregelen om constructies te bestrijden. Het wordt dus moeilijker om belastingbetaling te ontwijken.

Afgezonderde particuliere vermogens
Onder de nieuwe wetgeving worden ‘afgezonderde vermogens’ transparant voor de schenk- en erfbelasting en de inkomstenbelasting. Dit zijn vermogens die zijn ondergebracht bij (buitenlandse) rechtsvormen. Denk aan de op het Angelsaksische rechtsstelsel geschoeide trust, de Antilliaanse Stichting Particulier Fonds en de Liechtensteinse Anstalt. Het afgezonderde vermogen wordt vanaf 2010 in principe toegerekend aan degene die het vermogen heeft ingebracht. Op deze manier blijft er nog wel een juridische functie bestaan. Denk aan beheer van familievermogens of een scheiding van economisch belang en zeggenschap. De fiscale angel (het heffingsvacuüm) is er echter uitgehaald.

Renteloze leningen
Onder de oude Successiewet werd een direct opeisbare renteloze of laagrentende lening als een zakelijke lening gezien, waarover u geen schenkingsrecht hoefde te betalen. Per 1 januari 2010 wordt verondersteld dat bij het verstrekken van een dergelijke lening jaarlijks een (fictieve) rente wordt geschonken. Om heffing van schenkbelasting te voorkomen, kunnen renteloze of laagrentende leningen worden omgezet in een lening die een samengestelde rente draagt van 6%. Een andere mogelijkheid is dat de direct opeisbare lening wordt omgezet in een niet-direct opeisbare lening. In dat geval is het voldoende een zakelijke rente te rekenen (die lager zou kunnen zijn dan 6%).

Schuldigerkenning uit vrijgevigheid
Een veelvoorkomende vorm van schenken van ouders aan kinderen, is die waarbij ouders aan kinderen een bedrag schuldigerkennen uit vrijgevigheid. De ouders krijgen dan een schuld aan de kinderen, zodat bij het overlijden van de ouders minder successierecht is verschuldigd. Onder de oude Successiewet was onduidelijk hoeveel rente de ouders aan de kinderen moeten vergoeden, wil de schuld bij het overlijden van de ouders kwalificeren als schuld van de nalatenschap (zodat erfbelasting wordt bespaard).

Jaarlijks 6% rente betalen
Onder de nieuwe wet geldt dat voor schuldigerkenningen die worden gedaan na 1 januari 2010, jaarlijks daadwerkelijk een rente van 6% dient te worden betaald. Wordt deze rente niet betaald, dan wordt de schuld aan de kinderen niet gezien als een schuld van de nalatenschap, zodat geen erfbelasting wordt bespaard. Voor schuldigerkenningen die vóór 1 januari 2010 zijn gedaan, geldt dat jaarlijks een zakelijke rente moet worden betaald. Heeft u schuldigerkenningen uit vrijgevigheid, laat dan beoordelen of u alsnog een (hogere) rente moet betalen.

Let op: schenkingen onder schuldigerkenning

Als bij schenkingen onder schuldigerkenning niet daadwerkelijk de juiste rente is betaald, komen deze schuldigerkenningen niet in mindering op de nalatenschap en wordt geen erfbelasting bespaard. Het is dus van belang dat u het rentepercentage voor de schenking onder schuldigerkenning laat beoordelen door uw RSM Kooij & Partners-adviseur en daadwerkelijk de rente betaalt.

Testamenten
Ook worden bijzondere testamentvormen aangepakt, die erop zijn gericht heffing van erfbelasting te vermijden. Hierbij kunt u denken aan extreem hoge rentepercentages en het uithollen van het vermogen dat vererft, zoals bij een zogenaamde Ik-opa- of Turbotestament plaatsvindt. Het is dan ook raadzaam te laten beoordelen door uw RSM Kooij & Partners-adviseur of de formuleringen in uw testament nog het gewenste fiscale gevolg hebben.

Herroepelijke schenkingen
Sinds een aantal jaren bestaat de mogelijkheid om bij een schenking te bepalen dat deze onder bepaalde voorwaarden kan worden teruggedraaid. Zo kunt u aan de schenking bijvoorbeeld de voorwaarde verbinden dat uw kind het bedrag moet terugbetalen als het zijn studie niet afmaakt. Indien de schenking moet worden terugbetaald, krijgt uw kind onder het huidige recht het betaalde schenkingsrecht in zijn geheel terug. Vanaf 1 januari 2010 wordt bij het terugbetalen van de schenkbelasting rekening gehouden met de voordelen die uw kind heeft genoten tijdens de periode dat hij beschikking had over het geld. De teruggaaf van belasting wordt dus beperkt.

Overige maatregelen constructiebestrijding
Ook worden maatregelen getroffen die gericht zijn tegen constructies waarbij belasting wordt ontgaan door bijvoorbeeld binnen familiekring levensverzekeringen af te sluiten, of door de levering van bijvoorbeeld onroerend goed uit te stellen tot na het overlijden van de verkoper.

Strengere eisen goede doelen
In de nieuwe wet wordt de eis gesteld dat de instelling zich voor tenminste 90% richt op het algemeen nut. Voorheen was dit percentage nog 50%. De beschikkingen waarbij instellingen als ‘algemeen nut beogende instelling’ (ANBI) zijn aangewezen, vervallen per 1 februari 2010. De instellingen moeten opnieuw verklaren dat zij aan de voorwaarden voldoen. De Belastingdienst zal achteraf beoordelen of de instelling ook daadwerkelijk als ANBI aangemerkt kan worden. Als de instelling niet meer aangemerkt kan worden als ANBI, vervallen de vrijstellingen in de Successiewet en de giftenaftrek in de inkomstenbelasting. Voor bepaalde instellingen, zoals dorpshuizen, sportverenigingen en dergelijke, blijft de vrijstelling in de Successiewet onder voorwaarden bestaan.

Tot slot

De aanpassing van de tarieven en vrijstellingen betekent dat het raadzaam is om uw situatie eens goed onder de loep te nemen. Zo kan het nog altijd voordelig zijn om uw vermogen (gedeeltelijk) te schenken aan uw kinderen en te profiteren van de eerste tariefschijf en vrijstellingen. Daarnaast wordt het voor ondernemers aantrekkelijker om hun onderneming te schenken of bij overlijden over te dragen aan de beoogde bedrijfsopvolger(s). Het is erg belangrijk dat een en ander goed wordt vormgegeven en op tijd wordt vastgelegd. Kortom, er is nog genoeg te regelen en te plannen!

Het is aan te bevelen om contact op te nemen met uw eigen RSM Kooij & Partners-adviseur of Onno Adriaansens (030 232 83 69) om uw persoonlijke situatie te bespreken.

Uitgever: SRA in opdracht en samenwerking met RSM Kooij & Partners.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd of gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft bij de samenstelling naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd, maar kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.